Nieuws

Klimaatconferentie op school

08-05-2017

Op de laatste dag van een week rond duurzaamheid hadden 34 leerlingen uit de 6 Humane Wetenschappen van het Koninklijk Atheneum Keerbergen nog een harde noot te kraken. Ze zouden een eigen klimaatconferentie ‘COP22bis’ houden onder begeleiding van het Studio Globoteam. Op het eind van de conferentie zouden dan rond drie thema’s resoluties gestemd worden: voeding, CO2-uitstoot en het klimaatfonds.

Door de gezellig keuvelende groep die binnenkwam was het meteen duidelijk dat het geen doorsnee donderdagvoormiddag zou worden, maar ondanks de losse sfeer moest er natuurlijk ook gewerkt worden aan een oplossing voor de dreigende rampspoed veroorzaakt door de klimaatverandering. Eerst was er een openingspresentatie waarin de situatie geschetst werd: uitgestrekte woestijnvlaktes, grotere stormen en een hoger zeeniveau zijn maar een greep uit het opgesomde arsenaal aan potentieel apocalyptische gevolgen van de antropogene impact op onze planeet.

Slachtoffers en bazen

Nadien kwamen de landenvoorstellingen waar al snel de kaarten op tafel werden gelegd: Tuvalu profileerde zich als het grote slachtoffer van het klimaatbeleid en grootmachten als de VS en Rusland (met geweldig opgeklede vertegenwoordigers) bleken niet bereid mee te onderhandelen naar een ambitieus akkoord. Er werden wel meteen vijf allianties gevormd. Die coalities zouden eerst onderling rond de tafel gaan zitten om tot eensgezindheid te komen rond de drie thema’s.

De zogenaamde signaalgevers (Tuvalu, Filippijnen en Zambia) begonnen snel, maar al even snel werd de wanhoop van hun situatie duidelijk en werd het stil. In het groepje van de grootmachten (VS, Rusland en Australië) verliep het overleg efficiënt en kwamen ze tot een kernzin: “Iedereen iets, maar liefst toch niet te veel.” Ook in de coalitie van traditionele vervuilers (België, Nederland en Frankrijk) verliep alles efficiënt en was er al heel snel een akkoord over de debatstrategieën verderop in de conferentie. De olielanden (Koeweit, Saoedi-Arabië en Venezuela) daarentegen waren iets minder eensgezind. Ze wekten de indruk alle drie nu al voor hun eigenbelangen te gaan. Zo konden de Venezolaanse afgevaardigden geen geld opbrengen door een crisis en wou Saoedi-Arabië niet van de olie afstappen, terwijl Koeweit volop met toerisme bezig was om toch een stabiel inkomen te vergaren voor de toekomst. De laatste groep was die van de opkomende industrieën (China, India en Brazilië), waar iedereen ook snel op eenzelfde pagina kwam, ondanks vele kleine verschillen.

Lobbymoment

Na zo’n half uur was alles in kannen en kruiken en konden de leerlingen aan het lobbymoment beginnen, waar in drie groepen gedebatteerd werd over de oplossingen en aanpassingen aan de huidige resoluties over de drie vraagstukken. Deze keer zat alles vanaf het begin muurvast en werd er pas op het eind door de drie groepen een conclusie neergepend. Aan de tafel van de CO2-uitstoot was er wel een mooi pleidooi te horen van Tuvalu en verliep alles net iets vlotter, met discussies over gedurfde alternatieve oplossingen.

In de groepen die zich bezighielden met voedsel en het klimaatfonds bleken de grootmachten steeds weer dwars te liggen, tot grote frustratie van de welwillenden onder de andere landen. Zo’n drie kwartier later werden de drie nieuwe resoluties naar de plenaire vergadering gebracht waar ze, na een korte voorstelling, gestemd werden. De resolutie over voedsel wou meer geld zien verschijnen van de landen die dat kunnen opbrengen onder de vorm van een CO2-taks, en dit voorstel werd goedgekeurd.

Compenseren en exporteren

Het groepje dat rond uitstoot werkte, kwam tot de conclusie dat uitstootverlaging (50% voor alle landen) ook zou mogen geëxporteerd worden onder de vorm van investeringen in andere landen zodat die méér dan 50% zouden behalen en zo tekorten kunnen compenseren. Ook dit voorstel werd goedgekeurd door de plenaire vergadering.

De groep van het klimaatfonds ten slotte stelde voor dat de grote vervuilende ontwikkelingslanden 70% van de betalingen doen, terwijl de signaalgevers niets zouden moeten investeren. 40% van het geld zou naar de gevolgen van klimaatsverandering gaan en 60% naar technologie en preventie. Met een derde ‘ja’ was het al bij al een succesvolle vergadering. Dat wisten ook Sien en Janna te vertellen. Ze vinden dit project zeer geslaagd omdat het zorgt voor sensibilisatie rond een zeer belangrijk thema dat ons allen aan gaat. Ze vonden het bij momenten moeilijk om zich in te leven in hun toegewezen land, maar op sommige vlakken opent dit net wel de ogen.

De leerlingen willen dit graag nog eens over doen, maar dan liefst iets langer om zo nog dieper in de interessante materie te kunnen duiken. Dat is ook zowat mijn conclusie van een leuke, leerzame en bovenal duurzame voormiddag.

- een verslag van Mattias Niels