Nieuws

Bewust van je beeldvorming

03-12-2016

Hoe beïnvloedt onze kijk of ‘mindset’ onze opstelling tegenover anderen?

Uit onderzoek blijkt dat de beeldvorming over andere groepen in onze samenleving vanaf het vierde leerjaar vooral beïnvloed wordt door televisie. Zelfs positieve interpersoonlijke contacten kunnen niet altijd opboksen tegen negatieve beeldvorming via tv. Die beeldvorming is lang niet altijd genuanceerd en volledig. De oorsprong en de betrouwbaarheid van inhouden en beelden zijn niet altijd even duidelijk. De beelden die we zien, zijn vaak geselecteerd op hun nieuwswaarde en verbeelden louter een fragment van de realiteit. 

Niet enkel de beelden die ons bereiken zijn fragmentarisch, ook in onze hersenen vindt er een selectieve informatievergaring plaats. Dagelijks bereikt ons een overvloed aan beelden. We kunnen niet alles onthouden wat we zien of horen. Onze hersenen selecteren uit deze prikkels en structureren die waarnemingen in grotere gehelen: categorieën. Daar is niets mis mee. Deze helpen ons om de wereld rondom ons te ordenen. Om waarnemingen en indrukken te kunnen plaatsen in categorieën, brengen we onvermijdelijk veralgemeningen aan. 

Het is goed om ons hiervan bewust te zijn. Zeker als we het hebben over het waarnemen van mensen. Observaties van verschillende individuen kunnen op die manier leiden tot veralgemeningen. 

Ons brein zoekt immers naar patronen en beschouwt iedereen van dezelfde groep als een onderdeel van dat patroon. Als zo een veralgemening plaatsvindt, zadelen we individuen op met de (vermeende) eigenschappen van de groep waartoe we hen rekenen.

Waarnemen is bovendien niet zomaar een objectieve registratie: aan bepaalde aspecten geven we meer aandacht, andere worden genegeerd. We pikken dus sneller op wat het patroon in ons hoofd of onze ‘mindset’ bevestigd. 

Denken over denken 

Met je leerlingen de tijd maken om na te denken over dit proces van beeldvorming, kan erg waardevol zijn. Beseffen hoe ons brein en eigen denken functioneert, kan ons handelen in de toekomst positief beïnvloeden. 

In de Congokoffer, die je bij Studio Globo kan uitlenen, is hier ruimte voor gecreëerd. De activiteiten uit deze koffer, die telkens gelinkt zijn aan gebruiksvoorwerpen, worden voorafgegaan door een oefening rond beeldvorming. In deze startactiviteit wordt het beeld van de kinderen over Congo bevraagd, maar ook hoe ze daar aan komen. Hoewel iemand misschien nooit in Congo of zelfs Afrika geweest is, heeft hij of zij toch wel een ‘beeld’ hoe het daar is. 

Een oefening waarbij de leerlingen gebruiksvoorwerpen toewijzen aan een Congolees kind, biedt een opstap tot dit gesprek. Hun argumenten voor hun keuze worden door henzelf gedocumenteerd. 

Tijdens de activiteiten ontdekken de leerlingen meer over het leven van enkele Congolese leeftijdsgenoten die zowel in een stedelijke als een dorpscontext wonen. Een correcte beeldvorming wordt hier gestimuleerd door actuele en realistische informatie aan te bieden via verschillende media; waaronder objecten, video- en fotomateriaal. 

Als afsluiter herhalen de leerlingen de eerste opdracht. Ze veranderen hun keuze op basis van de informatie die ze hebben opgedaan tijdens deze activiteit. Dat vormt opnieuw de aanleiding tot een klasgesprek waarin er over het eigen denken en de koppeling met het handelen wordt gereflecteerd. 

 

Dit artikel komt uit Wereldreis