Inleefreis met leerkrachten naar Senegal

Zaterdag 11 april vertrokken 5 Belgische leerkrachten naar Senegal op inleefreis in het kader van MDG'15. Twee weken worden ze - samen met leerkrachten uit Frankrijk, India, Polen, Tsjechië en het Verenigd Koninkrijk - ondergedompeld in de Senegalese cultuur. Allerlei uitstappen en bezoeken staan op het programma, met de Millenniumdoelstellingen als rode draad.

Volg hier vanaf zaterdag 11/4 het reisverslag dat tijdens de reis zo veel mogelijk zal aangevuld worden!

Dag 1: zaterdag 11 april

Iedereen was mooi op tijd in de luchthaven, ondanks de file op de Brusselse binnenring richting Zaventem. Nog een laatste afscheidskus en op naar de inchekbalie! In de rij komen we de Fransen tegen! De Polen zouden we ook ergens in Zaventem moeten vinden, maar ik blijf zoeken naar Anna, een leerkracht die vorig jaar ook in Gent was. De rest van de Poolse leerkrachten ken ik niet. Eens ingecheckt trekken we naar de tax-free zone. Nog wat laatste telefoontjes.. de stemming is goed en vol verwachting! En dan... ‘fasten seatbelts' en... hop! De lucht in! Senegal here we come!

Tijdens de vlucht - ik zit in de middenrij geklemd tussen twee Senegalezen - zie ik ineens Adam staan. Tiens, moesten de Engelse leerkrachten niet gisteren al toegekomen zijn? Blijkt dat ze de dag ervoor doodsangsten uitgestaan hebben wegens problemen met hun vlieftuig.. tot 2 maal toe! Ook de Polen vinden we na een tijdje.. ongeveer de hele bende blijkt dus op 't zelfde vliegtuig te zitten: wij, de Fransen, de Polen en de Engelsen: gezellig! De 6 uur zijn letterlijk voorbijgevlogen (een film van 3 uur helpt altijd) en de landing was zacht... spijtig dat ik in 't midden zat, ik heb geen glimp kunnen opvangen van Senegal uit de lucht. Ik wacht in spanning af tot de deuren opengaan... en dan stap ik 't vliegtuig uit.. en ik snuif de lucht en ik voel de zon en ik zie de schrale grond en ik zie wat kale boompjes en Dakar op de achtergrond... SENEGAL!!! AFRIKAAA!!! Ik heb bijna de grond gekust. Buiten de luchthaven wachtte ons een vrolijk verbrande Anne-Claire ons op! We zijn allemaal blij mekaar te zien en kennis te maken en kruipen olijk babbelend en rondkijkend de bussen in. Nee geen tourbussen zoals bij ons, maar best comfortabel. Nog voor we vertrokken had ik al een idee van de chaos in het verkeer en bereid me voor op een helse rit . Maar hoewel de chaos immens is en je niet weet waar eerst kijken, lijkt alles goed vooruit te gaan en hoewel elke millimeter telt, voel ik me op geen enkel moment in gevaar... goede chauffeurs? Ik hoop het maar. Tijdens de rit geniet ik vollop van de eerste indrukken die zich in een razend tempo aan me opdringen: waw, ik verkeer in een soort van Afrika-roes... allemaal mensen, allemaal kleuren, allemaal auto's, allemaal geuren en gassen, allemaal stof, allemaal vuiligheid, allemaal winkeltjes kriskras door elkaar, allemaal koten en krotten, allemaal lanen en zandwegjes... allemaal overgoten door de Senegalese zon!

Espace Thialy is onze eerste verblijfplaats en blijkt een oase, zeker na chaos van de rit. De Indiers zijn goed aangekomen en het was fijn Bella terug te zien (die vorig jaar ook Gent was). We verkennen de buurt onder de deskundige leiding van Latif van Le Partenariat.  In een eerste vergadering maken we kennis met iedereen: de animatoren El Hadj en Mody en 2 Senegalese studenten Khalifa en Khadim zullen 2 weken voor de vertaling zorgen. We overlopen de details van de eerste dag en maken afspraken voor 't verloop van de reis. En ik heb zin in 14 Senegalese dagen!


Ann

Dag 2: zondag 12 april

Na een vrij goede nacht in onze prachtige ‘espace thialy', met heerlijk ruikende bloemenboom over de binnenplaats, zou een verfrissend doucheke welkom zijn. Maar: we zijn naar Afrika gevlogen en dat ondervinden we vanaf het allereerste moment; er is geen water. Deze buitenwijk van Dakar heeft een waterpanne. En hij zal zeker tot maandagmorgen duren. De waterreserve moet dus aangesproken worden. Met emmer en kannetje om ons af te gieten lukt dit doucheke ook!! Heel verfrissend!

Voormiddag:

Na het ontbijt is er nog even tijd voor een rustmoment. Onze eerste kennismaking met de Afrikaanse ochtendzon is HEERLIJK. Dan volgt het kennismakingsspel: Per taal worden we in twee groepen gescheiden naargelang taal (Frans/Engels). We maken twee kringen. Het is de bedoeling om op deze manier door te schuiven en onze tegenoverstaande partner te leren kennen. Plezant, hoewel je na een tijdje toch niet meer weet wat er allemaal verteld is. Maar goed, het ijs tussen de verschillende taalgroepen wordt op deze manier gebroken, het project is vanaf nu officieel gestart.

Daarna is het tijd voor enkele afspraken met de leerkrachten: de huisregels! Zo werden we er nog eens attent op gemaakt dat we zeker met onze rechterhand moeten eten. De linkerhand dient immers voor.... Juist ja! Nog een leuke afspraak was: blijven lachen, ook al gaat het niet zoals bij ons. Daarom zijn we hier, om culturele verschillen te ontdekken en eventueel te begrijpen. Verder zal er per land maar één iemand fotograferen tijdens de officiële bezoeken. Om niet met dertig toestellen in aanslag een gesprek te volgen, hé, jullie kunnen zich dat wel voorstellen.

Ook het reisprogramma werd nog volledig overlopen (in twee talen) door de Senegalese leerkrachten.

Namiddag:

Na de maaltijd (slaatje, rijst met tonijnballetjes en lekker sausje en als dessert tropische stukken fruit) maakten we ons klaar om naar het strand te gaan. Ook hier weer stilstaan bij de dress code. Wat kan en wat niet.

Er kwam er maar één van onze busjes opdagen dus propten we ons allemaal in dat busje (en wagen van een van de begeleiders); the african way!!

Heerlijk was het op de het strand, hoewel het frisse windje toch meerderen afschrikten om in zee te gaan. Zalig genieten, voetbal spelen met de plaatselijke kinderen (lees jongens), spelletje uno spelen: wat is anders vakantie op Paasdag!!

's Avonds na het eten stelden de verschillende landen zich voor. Sommige landen deden dit dmv een quiz, andere met een interview, nog anderen met vééél humor. Het was een heel ontspannen aangelegenheid.

Dag 3: maandag 13 april

Keep your eyes on the road, your hands upon the wheel...Verken het land met de bus, dan leer je het kennen! Eindeloze landschappen met Baobab-bomen...als decorstukken uit een Tim Burton-film. Senegal is één grote bouwwerf, woningen in alle stadia behalve in de afgewerkte! Geldgebrek verlengt immers de bouwfase.

Het desolate uitzicht wordt afgewisseld met busdiscussies over gelijkheid van een man en zijn vier vrouwen binnen een moslimrelatie. Het heeft gestoven! Aan MDG 3 moet hier nog hard gewerkt worden.

Om half negen aangekomen in Thiès waar we het bureau van GRAIM bezochten. Dit wel twee uur te vroeg. Frank kon natuurlijk het gebrek aan paasmaandagfile niet voorspellen. Een blokje rond dan maar, een plaatselijk marktje kan er zeker bij. Opvallend is de onopvallendheid van onze aanwezigheid, iedereen is druk in de weer.

Broederlijk Delen is vertegenwoordigd en we krijgen de problematiek uitgelegd door een Brusselse (...wafel?). Door continue ontbossing, toegenomen verstedelijking en onverantwoorde industrialisering kampen de drie watertafels die het Thiès-plateau voedt, met een permanente lage waterstand. De gevolgen voor de omgeving zijn groot: verzilting van de landbouwgronden, bodemerosie en een voortdurend watergebrek. Te midden van het beschermd ‘bos' met nagenoeg geen enkele boom meer, waren we getuigen van de pollutie van de fosfaatontginning die in de omgeving voor heel wat problemen en ziektes zorgt. De illegale houtkappers gaan onbestraft door. De controle door de Staat is onbestaand. Hier moet dringend iets gebeuren!

Keep your eyes on the road, your hand upon the Wheel! We (re)animeren onze chauffeur en trachten hem alert te houden met kauwgom. Auberge Chez Pierrot, in een buitenwijk van St. Louis, is de uitvalsbasis voor de komende dagen. Voor het avondeten worden we verwelkomd door Nicolas van Le Partenariat in St Louis. Een kort mailtje naar huis zorgt voor stress, we waren er net van af! Aaaaargh... trage computers!

Dag 4: dinsdag 14 april

Dinsdag visdag!

Ach, je denkt toch dat je goed voorbereid bent. En bij de problematiek van de vissers kan je je onmiddellijk van alles voorstellen: overbevissing, concurrentie van stoute industriële vissers die vanuit de EU de Afrikaanse wateren komen leegvissen. Problemen met stockage, vervoer, lage lonen. Gevaren op zee. En dan denk je: laten we dat nu maar eens in het echt gaan bekijken.
Saint-Louis bestaat uit drie delen. Meest naar het binnenland toe heb je de buitenwijken. De imposante, zij het verroeste' brug ‘Charles-de-Gaule' voert je naar het koloniale centrum, terecht geklasseerd door de UNESCO als werelderfgoed. Spijtig dat die organisatie ook geen fondsen voorziet om al die vergane glorie te restaureren. Een tweede brug leidt je naar het vissersdistrict. Op deze smalle landtong - slechts 300 meter tussen rivierarm en oceaan - wonen 80.000 mensen, opeengepakt in kleine huisjes, kleurrijk, maar aftands en smerig. En met velen in kleine kamertjes, want er wonen 600 mensen per hectare. Zonder water, zonder elektriciteit, zonder enige sociale voorziening. Geen enkele toerist waagt zich hier alleen. Op de kant liggen overal de perogues, de visserssloepen van 13 tot 24 meter, waarmee de vissers zich elke dag mijlenver in zee wagen, zonder gps, zonder zwemvesten. Tijdens de stormen in januari kwamen er nog tientallen om, toen hun boten omsloegen in de golven.
Op de kade was het een onoverzichtelijke chaos. Kleine koelwagens voeren de vis naar heel Senegal. Andere mensen laveren er met paard en kar tussendoor, een politieagent regelt het verkeer, vooral als onze bus langskomt. We werden vriendelijk ontvangen door de voorzitter van de koepel van vissersverenigingen. Zijn verhaal over zijn gevecht met de slappe en corrupte overheid sprak tot de verbeelding Eerst nam hij ons mee naar de loskade. Of de modderige oever die daarvoor doorgaat. Niet dat er geen loskade is, die werd 30 jaar geleden gebouwd met de steun van een Pools project. Maar de Polen waren iets te vooruitziend. Ze bouwden de kade te hoog, voor als er ooit industriële schepen zouden aanleggen. Met de houten sloepjes van de Senegalese vissers kan je er niks doen. Modder dus, vliegen, viezigheid. De boten blijven op een dertigtal meter van de oever liggen. Jonge mannen waden door het water en komen terug met manden vol verse (?) vis. Dan gaat het richting opkoper. Tientallen kleine koelwagens staan immers klaar om de vis naar alle hoeken van Senegal te vervoeren. De dragers krijgen 100 francCFA (15 eurocent) per rit. 's Namiddags kregen we meer uitleg over de visserij. De oceaan is inderdaad half leeggevist. Alleen de sardinelles, een uit de kluiten gewassen sardien, met veel graten, zijn nog in overvloed aanwezig. De edele soorten en de garnalen zijn zeldzaam geworden. Gelukkig heeft de regering de laatste jaren geen visrechten meer verkocht aan de Europese Unie. Of waren die niet langer geïnteresseerd nu de lekkere hapjes weggevist zijn? Intussen staat in heel Senegal elke middag vis op het menu. Het nationale gerecht, de djiboedjen, is een lekkernij.

Peter

Dag 5: woensdag 15 april

Vandaag moesten de Franstaligen en Engelstaligen elk op een aparte bus. Dit om te veel volk te vermijden op de plaatsjes die we bezochten. We vertrokken immers richting - een zeer arme wijk van - St. Louis en bezochten er de Association de Développement de Diamagène (ADD). Kort gezegd werd dit project opgericht door madame Siby in 1994 samen met een aantal buurtbewoners. Het heeft als doel het leven van jongeren en vrouwen uit de buurt te verbeteren. Deze krijgen immers geen steun van de overheid en moeten bijgevolg alles zelf financieren.
We werden eerst hartelijk verwelkomd door de directeur van het kinderdagverblijf. 116 kinderen tussen 1 en 5 jaar worden hier in de voormiddag opgevangen. Ze worden er in 3 leeftijdsgroepen verdeeld. Het personeel (dat hoofdzakelijk uit vrijwilligers en soms buitenlandse stagiairs bestaat), spreekt Frans en Arabisch, opdat ze goed zouden worden voorbereid op de lagere school. Officieel moeten de ouders maandelijks bijdragen, maar voor velen lukt dat niet. Eenmaal we die info hadden gekregen mochten we de klassen bezoeken. Onze (vrouwen/moeder)hartjes braken bij het zien van al die lachende, zingende, schattige kinderen!
Daarna kregen we wat meer uitleg over de organisatie (ADD) in de plaatselijke bibliotheek. Daar vernamen we hoe corrupt de overheid kan zijn. Een NGO stuurde deze organisatie een volledige infrastructuur om een klaslokaal op te richten. Dit materiaal werd onderschept door de overheid. Indien de ADD dit materiaal toch wil verkrijgen, moet ze een immense som geld betalen. Een som die uiteraard buiten de mogelijkheden ligt...
Vervolgens namen we nog een kijkje bij de microculturen van groenten (sla, munt) die veel huismoeders kweken op hun binnenkoertje. Bakken worden gevuld met een mengeling van pelletjes van aardnoten en rijst en hierin wordt dan gezaaid.
Het volgende bezoek was er eentje aan plaatselijke ateliertjes waar meisjes leren naaien, schilderen, batikken...
Een ander project van de ADD vonden we bij de "femmes maraichères": deze vrouwen kopen tijdens de regenperiode groenten en fruit aan lage prijzen. Die worden in een lokaal fabriekje verwerkt tot siropen (bv. voor bissap), marmelades ... Zo proberen ze toch het ganse jaar door groenten en fruit te hebben voor het gezin. Overschotten worden verkocht op de markt, aan universiteiten, in hotels ...
Als laatste project bezochten we de Talibés, plattelandsjongens tussen 3 en 14 jaar die door hun ouders gedropt werden in de wijk met als doel de Koran te bestuderen. Dit systeem bestaat overal in Senegal. Eigenlijk is dit een sociaal vangnet. Arme ouders zijn soms zo ten einde raad dat ze de opvoeding en het onderhoud van hun kinderen toevertrouwen aan de Maraboe. Dat is een religieus en politiek leider. Het eerste doel is dat de kinderen een traditioneel onderricht krijgen in een Koranschool. Maar na de schooluren worden ze uitgestuurd om te gaan bedelen. Ze leven dus in erbarmelijke omstandigheden. Vaak worden ze ook seksueel misbruikt, verwaarloosd, uitgebuit. Gevolg daarvan is dat ze praktisch op vuilnisbelten leven, brandhaarden van ziektes. Een lichtpuntje in hun duisternis is dat er in Saint-Louis een centrum werd opgericht waar ze altijd terechtkunnen. Daar worden ze o.a. geïnformeerd over basishygiëne. Ook werd er een (zeer eenvoudig) voetbalveld gemaakt waardoor de Talibés in contact komen met de plaatselijke bevolking. Hierdoor geraken ze bevriend met buurtjongeren, worden ze soms bij hen thuis uitgenodigd en in het beste geval opgenomen in de familie gedurende hun verblijf in de Koranschool.
In de middag konden we onze gedachten gelukkig wat laten rusten en bezochten we het centrum van St. Louis. Het was al snel tijd om terug te keren naar Auberge Chez Pierrot... Een spannend moment toen we aankwamen, want we werden in groepjes verdeeld om twee nachten bij de familie van een Senegalese collega te overnachten! Deze collega wachtte ons op en de meesten vertrokken nieuwsgierig per taxi naar hun ‘thuis voor twee dagen'. De avond was voor iedereen enerzijds gelijklopend, maar anderzijds ook heel verschillend. We werden ontvangen door de familie van de Senegalese leerkracht. Dat konden zowel kamergenoten als neefjes, nichtjes, ouders, vrouw(en) en kind(eren) zijn. We werden meteen ondergedompeld in de Senegalese eetgewoonten: zittend op de grond aten we samen kip, frietjes en sla uit dezelfde schotel, al dan niet met de hand.

Valérie en Karen

Dag 6 en 7: donderdag 16 en vrijdag 17 april

Vroeg, rond 5.30 uur, gewekt door de roep van de mouhadjin uit de minaret van de moskee. Na het ontbijt trokken we met onze gastheer of - dame naar de school en woonden we er een paar lessen bij. Voor sommigen onder ons werd er tijd gemaakt voor een gesprekje met de leerlingen. Voor hen ook de ideale kans om meer te weten te komen over ons land en onze leefgewoonten daar. Een zeer opmerkelijke vraag van een leerling: "hoe stappen jullie in de sneeuw?" In Lycée Ahmet Fall, in hartje St. Louis, hielden laatstejaarsleerlingen een presentatie over de MDG's.
De namiddag werd heel verschillend ingevuld afhankelijk van de familie: bezoekje aan de markt, aan familieleden ... Voor velen werd het een geslaagd contact met een heel andere cultuur!
Na het afscheid vertrokken we met z'n allen naar Guelakh. De bus kwam vast te zitten in het zand, dus werden we in de laadbak van twee bestelwagentjes naar onze bestemming gebracht. Bella, een Indische leerkracht kreeg voor het eerst een dromedaris te zien, en veroorzaakte met haar: "Look, look, look, a camel!!!" voor een hilarisch moment
We belandden in een - naar onze normen - vrij luxueus huttendorp waar door middel van zonne-energie toch stroom gecreëerd werd. Voor sommigen de kans om in een nomaden-tent de nacht door te brengen!
Op het programma stond een bezoek aan de plaatselijke gemeenschap.
Het lokale initiatief van Doudou Sow greep ons erg aan. Eindelijk iemand die niet wacht op de hulp van de staat maar zelf de touwtjes in handen neemt en daar door de lokale gemeenschap uit de armoede tracht te halen. Zelf had hij het geluk om in Thiès zijn studies te doen. In tegenstelling tot de meeste afgestudeerden, ging hij niet naar de stad op zoek naar werk, maar keerde hij terug naar zijn eigen dorp om daar de armoedige situatie te veranderen. Het dorp behoort tot de Peulgemeenschap; een volk dat al eeuwen half-sedentair leeft. Dus tijdens het regenseizoen leven ze in de dorpen, tijdens het droog seizoen (van oktober tot mei) trekken de mannen rond met hun kudden geiten. Omdat de geiten alles tot in de grond afvreten en de woestijn zich op deze manier zeer snel uitbreidt, vond Doudou dat hij hier met zijn opleiding toch iets kon veranderen. Allereerst vond hij het belangrijk dat er basisonderwijs gegeven werd aan de kinderen van de lokale gemeenschap. Eerst gaf hij zelf les, later - na het oprichten van een gebouw dat als schooltje kon dienen - kwamen er leerkrachten die betaald werden door de overheid. De leerlingen die naar de school komen, krijgen elke dag ontbijt, regelmatig komt er iemand van het gezondheidscentrum (case de santé) langs, dat moet de ouders stimuleren om hun kinderen naar school te sturen. Op dit ogenblik is hier onderwijs voor kinderen van 3 tot 14 jaar. Nadien is er de mogelijkheid om een beroep te leren: houtbewerking, metaalbewerking, opleiding ivm tuinbouw, veeteelt, snit en naad, batikworkshops enz... Hierdoor kunnen de leerlingen van nu later ook nog ergens anders werk vinden.
Zelf richtte Doudou ook een geitenboerderij op. Eerst gingen de vrouwen (die door de kleuterschool vrij waren om zich in een coöperatief te verenigen) de melk op de markt van Saint-Louis verkopen, een loopafstand van 20 km enkel! Nadien gingen ze commerciëler werken. Door het plaatselijke geitenras te kruisen met Belgische geiten (uit ons eigen ALKEN!), kregen ze geiten die goed aangepast zijn aan het klimaat en toch veel melk geven nl; 10 liter ipv 3 liter per dag. De bekomen melk wordt verwerkt oa. tot geitenkaas, omdat dat veel meer opbrengt. Ondertussen heeft de boerderij ook al verschillende melkkoeien. Alles zéér goed onderhouden.
Voor het oprichten van de boerderij had hij natuurlijk veel gronden nodig. Niet simpel! Hij had 5 jaar nodig om van de lokale boeren 5 ha te kunnen bekomen. Maar eens ze het nut van het ganse project en de verbetering voor hun eigen gezin zagen, ging het beter.
Daarnaast startte hij met een gezondheidscentrum waar een professionele verpleegster medische verzorging geeft aan diegenen die hier nood aan hebben, er stond een bevallingstafel en een ruimte waar één zieke volwassene en één kind konden blijven in geval van nood.
Ook nu was alles weer goed onderhouden, zeer hygiënisch, een zeldzaamheid tot nu toe in dit arme land.
Veel moed Doudou met je project, we hopen er nog veel van deze te bezoeken!

Na het eten van een lekkere couscous onder het tentzeil, volgde een vragenronde over het lokale leven. Over culturele verschillen, over de gelijkheid tussen man en vrouw, waar we het de Senegalese coördinatoren toch even moeilijk gemaakt hebben!
Plots werd het donker, maar geen nood, de spaarlampen gingen aan met de opgeslagen energie van de zonnecollectoren.
Doordat de matrassen in de tent behoorlijk dun waren en er geen lakens waren (daarom gebruikten we maar de tafeldoeken van tijdens het avondeten), werd het een behoorlijk gebroken nachtje. Maar een wandeling onder de Senegalese sterrenhemel maakte meteen de hele nacht goed!

Greet

Dag 8: zaterdag 18 april

We werden weer wakker onder een stralend zonnetje. Ontbijt buiten in nomadenstijl onder het tentzeil. We werden met bagage en al ingeladen in de laadbak van een truck. Probeer je de film ‘the gods must be crazy' voor te stellen, maar dan in Senegal, dan heb je al enig beeld van het landschap en de wegen: zand, stof, enkel bomen en wat struiken, een waar Sahellandschap. We werden naar een bijrivier van de Senegalrivier gebracht. Hier gaf Doudou - onze Senegalese geitenboer - ons de uitleg over het irrigeren van rijstvelden. Jarenlang moest hij met de lokale dorpshoofden onderhandelen om hun gronden te mogen gebruiken. Uiteindelijk zagen ze in dat de combinatie van veeteelt (geiten en wat runderen) en daarnaast de productie van hun eigen rijst, wel een goede stap zou kunnen zijn om uit de armoede te raken. Een project dat door de lokale bevolking gedragen wordt, heeft immers meer kans op slagen. Een Ghanees project dat door de overheid werd opgelegd, bereikte bijvoorbeeld niet zijn doel omdat het de bevolking werd opgelegd.
In Senegal wordt 80% van de rijst ingevoerd. Dit terwijl er in de omgeving van de 1700 km lange Senegalrivier gemakkelijk aan rijstteelt gedaan kan worden. Eén van de redenen waarom er zo weinig op deze geïrrigeerde landbouw wordt overgeschakeld, is dat de regering wel al verschillende projecten heeft toegestaan en onderzocht, maar telkens er een andere regering aan de macht komt, belanden de uitgevoerde studies en resultaten weer ergens in een kast en moet men weer opnieuw beginnen. Het politieke systeem is dus een enorme rem op de ontwikkeling van dit gebied. Daarom wil Doudou met zijn combinatie van veeteelt en rijstteelt op lange termijn volledig autonoom werken. Hierdoor is hij er zeker van dat de mensen in de regio van Gandon voldoende en betaalbaar voedsel hebben en dat er door de scholing van de kinderen vooruitgang geboekt wordt. Dit is eindelijk eens een voorbeeld van duurzame ontwikkeling in Senegal. Zelf initiatief nemen, goed onderbouwd en met kans op slagen. De huidige overheid ziet wel in dat lokale initiatieven veel kans op slagen hebben. Maar verder dan mentale steun gaat het nog niet. De financiële hulp die hij krijgt komt ook nu weer uit Europa (oa van Broederlijk Delen). Wij waren fier én tevreden want de ‘hoop' op verbetering, waar de Senegalese leerkrachten ons tijdens het seminarie in Gent op wezen, werd hier in de praktijk aangetoond.
Na het bezoeken van de projecten de voorgaande dagen snakten we naar lokaal initiatief.
Terug in ons vertrouwde ‘chez Pierrot'. Na een goed doucheke en een stevige maaltijd kregen we uitleg over de gezondheidszorg in Senegal. Een verpleegster van Le Partenaria legde ons de gezondheidsstructuur in de regio van Saint-Louis uit. In deze regio is één hospitaal (en één ambulance). Verder heb je ‘les centres de santé' die nog fatsoenlijk medische verzorging kunnen bieden en ook allerlei onderzoeken kunnen doen. Daaronder staan de ‘medische posten', waarvan er ergens één nog een ambulance heeft en onder de medische posten heb je dan ‘les cases de santé' waar een verpleegster de verzorging doet van 10.000 tot 25.000 mensen.
Een lange uitleg waardoor onze vragenronde werd ingekort. Jammer want dat is zeker ook belangrijk.
Rond 17.00u vertrokken we naar een Sabar-avond in de school waar Valérie en Karen lessen hadden bijgewoond. Een traditioneel dansfeest wordt meestal opgevrolijkt met dansers die een leeuw of een ander wild dier voorstellen. Zij maken gekke sprongen en zijn behoorlijk ruw. Door goed mee te doen maak je deze kalmer. Iedereen werd afwisselend op het podium gehaald om mee te doen. We hebben wat afgelachen. Valérie en Liz (een Britse leerkracht) konden zich helemaal inleven in hun rol van fee (waarmee de Sabar werd geopend). Hilarisch!!
Nadien kwam de Inspecteur voor het onderwijs van de regio Saint-Louis ons toespreken. De receptie met plaatselijke hapjes lieten we ons wel smaken. Wij sloten af met een lekkere cocktail in een plaatselijke taverne, anderen gingen nog uitgebreid eten en fuiven!

Greet

Dag 9: zondag 19 april

Het werd een korte nacht voor velen. Om tien voor zes sleurden we ons naar het ontbijt. Een baguette met boter en confituur voor iedereen. Om half zeven weg naar Djoudj, vogels spotten! Even gewoon genieten. Dat hier veel toeristen komen, werd meteen duidelijk door het chique hotel met zwembad en prachtige tuin. De bootjes liggen op ons te wachten. Ornithologen zouden jaloers zijn, het aantal verschillende soorten vogels die overvliegen of ons entertainen langs de kant is enorm: pelikanen, visarenden, ooievaars, wilde ganzen,... Ook krokodillen, wrattenzwijnen, overzwemmende runderen...Geslaagd!
In de namiddag hadden we vrijaf. Internetten, shoppen, eten in St. Louis, bijslapen,...ieder zijn eigen meug.
Van vijf tot acht werd het tijd om alle opgedane ervaringen om te zetten in bruikbaar materiaal. Hoe gaan we dit nu gebruiken in onze lespraktijk? Per vakgebied - over de land- en taalgrenzen heen - werd er gebrainstormd en een lesstructuur uitgewerkt. Vruchtbare uren!

Karen en Greet

Dag 10: maandag 20 april

Vandaag reisden we verder van Saint-Louis naar Rosso en dan naar Dagana. Steeds meer van onze mede-reizigers werden ziek! Dat beloofde!
Hoe verder we het binnenland in reden, hoe slechter de wegbedekking werd. Ook de dorpen werden steeds armer. Zelf dacht ik dat alle mensen in Senegal al een stenen huisje hadden. Maar het was voor mij echt een shock te zien hoeveel dorpen er nog gewoon uit hutten bestaan. Wat een leefomstandigheden. En hoe moet het hier in het regenseizoen zijn?! Niet te geloven dat dit in de 21ste eeuw voor vele mensen nog de realiteit is!

We kwamen aan in Rosso. Een stad volgens de kaart, maar in onze ogen een grote zandbak met losse huisjes naast elkaar. Ook nu weer zeer arm. We bezochten een "Case de Santé". Het was maandag en dus zaten er veel pas bevallen vrouwen met hun baby'tjes te wachten voor een controle bij de dokter (lees hoofdverpleger, hoewel ze hier de taken van een dokter uitvoeren). Ook hier werd door steun van Le Partenariat (de Franse NGO) gewerkt. De meest voorkomende ziektes die hier behandeld werden, waren malaria, diarree en ontstekingen van de urinewegen als gevolg van onzuiver water, huidziektes, insectenbeten...
De patiënten en zeker de moeders kregen hier informatie over hoe ze het krijgen van malaria kunnen voorkomen. Vooral muskietennetten zijn belangrijk, maar daarnaast werd er ook een insecticidenmiddel uitgedeeld evenals medicamenten tegen het krijgen van malaria voor zwangere vrouwen.

Nadien bezochten we een Lycée voor jongens. De directeur legt uit dat onderwijs hier in Rosso zeer belangrijk is. Rosso is immers gelegen aan de Senegalrivier, aan de grens met Mauritanië. Doordat veel jongeren geen toekomst zagen, trachtten ze, meestal illegaal, via Mauritanië naar Europa te vluchten. Vaak werden ze onderschept en hier in Rosso terug over de grens gezet. Door beter onderwijs aan te bieden, door jongeren een job te leren en door ze het belang van eigen initiatief te laten inzien, is er voor velen een betere toekomst mogelijk.
De school bestond uit 2 lokalen die door de overheid betaald waren en 11 lokalen die ze met eigen middelen gefinancierd hadden, m.a.w. 13 lokalen voor 15 klassen. Sommige klasgroepen hadden daardoor soms in de namiddag geen les maar startten pas terug om 17u; niet gemakkelijk als je weet dat er geen elektriciteit was en het hier al rond 18u donker begint te worden.

Na een picknick in een parkje in Rosso maken we kennis met het industriële Senegal. In het noorden van het land langs de Senegalrivier zijn er grote suikerrietplantages. Die suiker wordt verwerkt in de Compagnie Sucrière Senegalais.

Dag 11: dinsdag 21 april

Dagana is vreselijk warm! Volgens de officiële gegevens zou het hier gisteren 43° geweest zijn, maar één van de coördinatoren vertelde dat het dashboard van de wagen 48° aan de grond registreerde!
Het werd dus een behoorlijk zwoel nachtje, ééntje zoals we in België niet vaak meemaken.
Het "Centre de Morgane" behoort tot een Freinetschool. De initiatiefnemers waren enkele leerkrachten die naar een andere dan de traditionele Senegalese leermethode op zoek waren. Daarom startten ze met deze onderwijsmethode. Ze vonden dit een grote uitdaging, want in het traditionele onderwijs zijn de slaagpercentages zeer laag. Het secundair onderwijs is voor iedereen hetzelfde. Meestal ligt het percentage leerlingen dat overgaat naar het volgend jaar lager dan 50%. Val je met dit systeem uit de boot dan moet je maar ergens een workshop gaan volgen om een beroep te leren. Ongelooflijk! Hierdoor krijgen alleen de allerbesten een kans, diegenen die het wat moeilijker hebben zullen nooit een diploma behalen.

We bezochten de basisschool. Alle lokalen werden met hulp van "Le Partenariat" en andere financiële middelen opgericht. Ook door het organiseren van seminaries, hebben ze inkomsten die dan weer in de school geïnvesteerd worden.
Een Franse architect had de gebouwen zodanig ontworpen dat ze klimatologisch aangepast waren; d.w.z. er was aan de zonnekant een galerijtje, waardoor de zon niet rechtstreeks in de lokalen binnenviel en de kinderen tijdens de speeltijd uit de zon konden gaan staan, en de muren en het dak hadden een spouw van 15 cm. Voor ons de normaalste zaak van de wereld, hier in Senegal absoluut niet.
Na een djiboudjin werd er een siësta ingelast. De hitte werd ondraaglijk. Niet bewegen en veel drinken was de beste remedie.
Om 16u ging de volgende sessie van start, maar verschillende leerkrachten lieten die door gebrek aan energie aan zich voorbij gaan.
De verantwoordelijke voor de regio Saint-Louis gaf informatie over de landbouwstructuur in Dagana. Door de nabijheid van de Senegalrivier zijn de (alluviale) gronden hier behoorlijk kleirijk. Hierdoor is rijstteelt een ideale teelt in dit gebied. Op de zanderige gronden worden vaak aardnoten geplant.
De Senegalese bevolking eet van oudsher veel rijst. Doordat ze hier de rijst niet goed kunnen sorteren volgens korrelgrootte, prefereren ze de geïmporteerde (vaak goedkopere) Aziatische rijst. Zonde! De sector kent ook nog vele andere problemen: defecten in de pompinstallaties van de irrigatiesystemen, het samenbrengen van de nodige kapitalen, een tekort aan meststoffen, vaak nog te weinig gemechaniseerd...
Er moet hier nog veel veranderen om aan duurzame landbouw te doen. Vooral een betere training van de lokale landbouwers zou al veel uithalen. Om concurrentieel te worden zou er een tijdelijke landbouwprotectie moeten toegelaten worden voor Senegal, maar de World Bank, waaraan de Senegalese overheid nog heel wat schulden moet betalen, laat dat niet toe.
Een leerrijke discussie! Ook het lokale radiostation vond onze komst in Dagana het vermelden waard en vroeg enkele Franstalige leerkrachten mee om hun land voor te stellen. "Hallo, hallo, bienvenue à radio Dagana"; Valérie en Ann mochten zowaar een radioclipje inspreken. Wat een belevenis.

We maakten ons klaar voor een lekkere maaltijd samen met de leerkrachten van de Freinetschool. De ontgoocheling was groot toen plots de elektriciteit uitviel. Eten op je knieën rond een grote schotel met zaklampen: weer eens iets anders!
Na de maaltijd begon de Franse groep dan maar met haar voorbereide act. Onder veel zaklampenlicht brachten ze een A-B-C-liedje en echte Franse chansons. De Senegalese kinderen smulden ervan! Wij hadden ook enkele uitbeeldliedjes (zoals: "Zon zien zakken in de zee" en "Hoofd, schouders, knie en teen") voorbereid. Peter koos voor het aanleren van de canon "Er zaten zes kippen in een kippenhok"! Eerst werd de tekst uitgelegd in het Frans en het Engels, daarna moest het publiek vertrouwd raken met de Nederlandse taal. Na een wat aarzelende start eindigden we met 4 canongroepen. Geweldig, zoveel enthousiasme in het pikkedonker!
Toen even later onder luid gejuich de elektriciteit terug aansprong, stormden alle kinderen naar de open plaats voor de vergaderzaal. Hier ging tot middernacht nog het voorziene dansfeest door.

Greet

Dag 12: woensdag 22 april

We verlieten Dagana. Dit was het verste punt dat we bezocht hadden. Vandaag stond de reis terug naar Dakar op het programma, een bustrip van 8 uur. Met verschillende zieken aan boord, werd dit voor sommigen toch een zware opgave.
Rond 16.30u kwam Dakar terug in zicht.
Ondanks de lange busrit werden we nog in ENDA ECOPOL verwacht.
Dit is een internationale ontwikkelingsorganisatie die vooral in Centraal-Afrika werkzaam is.
ECOPOL wil een ontwikkeling van de plaatselijke gemeenschap bekomen; met de gemeenschap bedoelt men in dit geval de sloppenwijken (bidonvilles) van Dakar. Enda Ecopol wil hier dus de levenscondities verbeteren door de nadruk te leggen op wereldburgerschap en solidariteit. Door de combinatie van economie (met plaatselijke werkateliers) en ecologie (verbetering van de hygiëne door toiletten en douche in de sloppenwijken te bouwen, stromend water aan te leggen en de weggetjes te verharden), probeert men de levenscondities te verbeteren. Door jongeren van straat te houden en ze een job te leren, hopen ze de armoede te verminderen. Daarom is er ook een schooltje opgericht midden in de wijk. 5 groepen kregen hier op het zelfde moment les: eerste leerjaar voor 7-jarigen, eerste leerjaar voor diegenen die pas op latere leeftijd starten, Engels voor volwassenen, Bijscholing voor leerlingen die in het gewoon onderwijs niet door hun examens geraken én leren lezen en schrijven voor volwassen die dit door omstandigheden nooit geleerd hadden.
Verder zagen we in de sloppenwijk ook weer een "case de santé".
Belangrijk te vermelden, is dat deze lokale initiatieven van Enda Ecopol ook weer gefinancierd wordt door middelen uit Europa (oa door Broederlijk Delen). Goed te zien dat het geld van onze NGO's goed besteed wordt.

Dag 13: donderdag 23 april

We logeren terug in ‘Espace Thialy'. En dat wil zeggen dat we weer op het leuke dakterras kunnen ontbijten en vergaderen. We startten de dag met een reflectie van onze Senegalese collega's op deze reis. Wij vroegen ons al even af hoe we Senegal nu in ons thuisland en later in onze lessen moesten voorstellen. Zij gaven ons het antwoord. El Hadj vond dat we mochten vertellen dat de leefomstandigheden hier voor het merendeel van de bevolking erg hard zijn. Maar belangrijker was er op te wijzen dat de solidariteit onder de Senegalese bevolking zeer groot is. Verder wordt het tijd dat de clichés die over Afrikanen bestaan, doorbroken worden, maar hij voegt eraan toe dat dat ook geldt voor het beeld dat de Senegalezen hebben over ‘de' Europeanen. Deze reis heeft ook de verschillen tussen de Europese landen blootgelegd. We moeten mensen van Afrika laten houden. Afrika is niet meer langer een land van mensen die altijd maar zingen en dansen, niet langer een land van onderontwikkelden. Mensen proberen door lokale initiatieven hun leven en toekomst te verbeteren.
In de namiddag stond "Ile de Gorée" op het programma. Een zalig halfuur-durende boottochtje bracht ons op het eiland.

Een overzicht op kaart:


Inleefreis Senegal weergeven op een grotere kaart
Inleefreis met leerkrachten naar Senegal geschreven door Studio Globo op 17-04-09 (1 jaar geleden) in Zuiden, Vorming, Secundair onderwijs, MDG'15.

Reacties

re: Inleefreis met leerkrachten naar Senegal
linda vermeersch
prachtig verslag.Was met BD 50+ ook in senegal en gaan in januari particulier terug.Was er een lkr in de groep van West-vlaanderen? we houden vormingsavonden voor onze groep en dat zou interssant kunnen zijn voor een getuigenis.
Door linda vermeersch 13/05/09 (1 jaar geleden)

Reageer

Naam
(*)
E-mailadres
(*)
Je e-mailadres wordt niet getoond op de website.
Website

Onderwerp
Boodschap